Groep 3-4Beeldend

Snel, sneller, snelst

Maak een ruimtelijk beeld van een hele snelle auto met bijpassende versiering.

Hier gaat het over
betekenis

Snel, sneller, snelst

De les gaat over de vormgeving van auto’s en over stroomlijning. Je bespreekt het principe van luchtweerstand en stroomlijning en dat de vormgeving van auto’s daarop aangepast is. Je kunt daardoor aansluiten bij kerndoel 44: leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.
Hierop ga je letten
vorm

Lijn als versiering

Doel: de leerling herkent het verschil tussen een lijn als arcering en een lijn als versiering.
De leerling kan lijnen als versiering toepassen in een werkstuk.

Waar moet je op letten?
  • Wanneer je lijnen gebruikt als versiering dan vul je de vorm niet in zijn geheel op. 
  • Je herhaalt lijnen op een ritmische manier zodat een decoratie ontstaat.
Hiermee ga je het doen
werkwijze

Kost. mat. ruimtelijk

Doel: de leerling kan een ruimtelijke vorm samenstellen door gebruik te maken van de keepverbinding.
 
Waar moet je op letten?
  • Houd rekening met de dikte van het materiaal. Bij dun materiaal volstaat één keer knippen. Bij dik materiaal maak je de inkeping breder.
  • Houd rekening met de diepte van de inkeping.
Je hebt nodig:
  • assortiment kosteloos materiaal zoals stukjes karton, verpakkingen, wc rollen, eierdoosjes
  • schaar

Toelichting:
  • Zorg voor verschillende diktes karton zodat de leerlingen oefenen met het op maat maken van de inkeping.
  • Het kosteloos materiaal kan daarna met verschillende technieken afgewerkt worden, zoals schilderen, collage, tekenen met stift. Kijk voor benodigdheden bij de desbetreffende techniek.
werkwijze

Schilderen met verf

Doel: de leerling kan schilderen met dekkende verf. 
De leerling kan de kwast op verschillende manieren hanteren, kan kleuren mengen in het werk en kan verf weghalen met de achterkant van de kwast.

Waar moet je op letten?
  • Houd de kwast losjes vasthouden.
  • Je mag kleuren naast en over elkaar zetten.
  • Wil je dat de kleuren op papier mengen, gebruik dan wat meer verf.
  • Wil je dat de kleuren niet mengen, gebruik de verf dan dun, zodat het snel droogt.
  • Houd de kleuren zuiver. Dat doe je door de kwast steeds goed uit te spoelen en droog te maken.
  • Schilder niet te precies. Een kwast is geen fijn gereedschap, dus het mag allemaal wat grover.
Je hebt nodig:
  • ruw wit tekenpapier (A3 of A4 formaat)
  • lyonse kwasten (nr. 2, 6 en 10)
  • plakkaat- of acrylverf in de kleuren rood, geel, blauw, zwart en wit
  • potje met water
  • tissues
  • schort

Toelichting:
Plakkaatverf en acrylverf zijn beide dekkende verven op waterbasis. Plakkaatverf is het goedkoopste, maar de verf droogt doffer op. Bij acrylverf blijft de kleur, ook na droging, helder. Bovendien is de verf na droging watervast.
Zo kom je op ideeën
onderzoek

Onderzoek het materiaal

Doel: de leerling kan het materiaal op verschillende manieren hanteren. 
De leerling kan nieuwe werkwijzen bedenken die passend zijn bij de verbeelding van het onderwerp.

Waar moet je op letten?
  • Het filmpje gaat over onderzoek 2D en 3D. Laat alleen het stukje wat van toepassing is zien.
  • Geef leerlingen expliciet de tijd om te experimenteren. 
  • Verbind een concreet doel aan het experimenteren, bijvoorbeeld: probeer het materiaal op 8 verschillende manieren uit. Of in spelvorm: Onderzoek per groepje van 5 binnen 10 minuten zoveel mogelijk verschillende werkwijzen. 
  • Maak in je feedback steeds een verbinding tussen wat ze hebben uitgeprobeerd en waar dat misschien voor gebruikt kan worden.
  • Laat daarna de leerlingen hun toepassing(en) uit alle mogelijkheden van alle groepen kiezen voor het eindwerkstuk. 
Je hebt nodig:
  • het materiaal van de werkwijze