Groep 5-6Beeldend

Soort zoekt soort

Maak een reliëf van een tropische vis.

Hier gaat het over
betekenis

Soort zoekt soort

In deze les komt kerndoel 40 aan bod: eigenschappen en kenmerken van organismen passen bij de omgeving waarin ze leven. In dit geval gaat het over de vraag waarom tropische vissen felle kleuren hebben. Dat is onder andere zodat ze elkaar herkennen: soort zoekt soort.
Hierop ga je letten
vorm

Lichaamsvormen dier: in verhouding

Doel: de leerling kan een dier in verhouding weergeven door één lichaamsdeel als maat voor de andere onderdelen te gebruiken. 

Waar moet je op letten?
  • Neem de kop als uitgangspunt.
  • Meet hoe vaak de kop in een ander lichaamsdeel past en breng dat over naar het werk.
  • Verbind daarna de vormen.
  • Werk tot slot aan de details.
Hiermee ga je het doen
werkwijze

Papier-maché

Doel: de leerling kan papier-maché gebruiken voor het maken van een reliëf. 
De leerling kan stroken scheuren van kranten.
De leerling kan vormen van papier-maché aanpassen door ze te verlengen, verdikken of te verplaatsen. 
De leerling kan vormen glad afwerken. 

Waar moet je op letten?
  • De hoeveelheid lijm: het papier moet vochtig zijn door de lijm, niet doorweekt.
  • Het vervormen van het materiaal (behandel de papier-maché als klei).
Je hebt nodig:
  • kranten
  • behanglijm
  • plastic bakje (ondiep maar breed)
  • plaatje karton (A4 of A3 formaat)
  • schilderstape (hiermee zet je het karton vast tijdens het drogen zodat het recht blijft)

Voor de afwerking met papier heb je nodig:
  • gekleurd papier (tekenpapier, sitspapier, zijdevloei, tijdschriften)

Voor de afwerking met verf heb je nodig:
  • acrylverf (omdat hier minder water in zit en de kleuren helder blijven)
  • lyonse kwasten (nr. 3 en 6)
  • mengbord (stukje karton of aluminiumfolie)
  • beker water
  • tissues
Zo kom je op ideeën
onderzoek

Onderzoek het materiaal

Doel: de leerling kan het materiaal op verschillende manieren hanteren. 
De leerling kan nieuwe werkwijzen bedenken die passend zijn bij de verbeelding van het onderwerp.

Waar moet je op letten?
  • Het filmpje gaat over onderzoek 2D en 3D. Laat alleen het stukje wat van toepassing is zien.
  • Geef leerlingen expliciet de tijd om te experimenteren. 
  • Verbind een concreet doel aan het experimenteren, bijvoorbeeld: probeer het materiaal op 8 verschillende manieren uit. Of in spelvorm: Onderzoek per groepje van 5 binnen 10 minuten zoveel mogelijk verschillende werkwijzen. 
  • Maak in je feedback steeds een verbinding tussen wat ze hebben uitgeprobeerd en waar dat misschien voor gebruikt kan worden.
  • Laat daarna de leerlingen hun toepassing(en) uit alle mogelijkheden van alle groepen kiezen voor het eindwerkstuk. 
Je hebt nodig:
  • het materiaal van de werkwijze
  • evt. oefenvellen