Groep 3-4Drama

Maak een presentatie waarin een beroep centraal staat. 

Hier gaat het over
betekenis

Beroepenspel

In deze les verzinnen we verhalen rond beroepen en trainen non verbaliteit, hiermee sluit deze les aan op kerndoel 36, 47 en 54.
Hier kun je op letten
vorm

Houding

Doel: de leerling weet dat het bij houding gaat over de stand van armen, benen, romp en hoofd.
De leerling weet dat je met een houding kunt uitbeelden wat je personage beleeft.
 
Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
  • Kinderen in deze leeftijdsfase gaan van het spelen voor zichzelf en met hun medespelers langzaam naar spelen voor publiek. Het werken met houding hoort bij de bewustwording dat ze iets moeten overbrengen in plaats van samen spelen en helpt ze daarbij. Houding is met name bij spelopdrachten die hiertoe uitlokken (helden, bejaarden, slechteriken…) goed te doen voor deze doelgroep. Coaching zit op bewustwording hiervan. 
vorm

Mimiek

Doel: de leerling weet dat je met je mimiek (gezichtsuitdrukking) kunt laten zien hoe de speler zich voelt. 
 
Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
  • Het werken met gezichtsuitdrukkingen blijft een aandachtspunt, omdat ze in het dagelijkse communiceren weinig en onbewust voorkomen. Advies is om vooral dat één kind in de repetitiefase ‘uitstapt’ en als kijker coacht waar gezichtsuitdrukkingen wenselijk zijn. Zo langzaam dat bewustzijn te koppelen aan eigen spel waarbij gezichtsuitdrukkingen groot ingezet kunnen worden. 
Hier ga je het mee maken
werkwijze

Tableaus

Doel: de leerling weet dat een tableau een standbeeldentheater is. 
De leerling kan houding en gebaar verstillen bij het spelen van een tableau.
 
Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
  • In deze fase zijn leerkrachten soms wat teleurgesteld over het creërend vermogen omdat het niet altijd te begrijpen is voor publiek en daarmee lijkt op een ‘onderonsje’ van de leerlingen. Vraag in de beschouwingsfase echter naar het plan en je zal zien dat er duidelijke aanzetten worden gedaan om met de werkgroep zelfstandig tot een invulling te komen. Soms zit er kop noch staart aan en kunnen ze jouw coaching tijdens de presentatie goed gebruiken, maar er is sprake van creërend vermogen. 
Zo kom je op ideeën
onderzoek

Prik je actie

Doel: de leerling oefent om als onderdeel van een team te functioneren, als gelijke. De leerling oefent om flexibel met zijn spelidee om te gaan door die los te laten of te combineren met dat van anderen. De leerling oefent met het leggen van verbanden tussen de afzonderlijke spelideeën. 
 
Waar moet je op letten? 
  • Benadruk dat alle spelideeën evenveel waard zijn dus dat leerlingen uit moeten kijken voor oordelen als ‘ongeschikt’ of ‘raar’.
  • Een fluitje om het spel mee te ‘bevriezen’.
  • Voor iedere leerling een pen of potlood en een klein papiertje.