Groep 5-6Drama

Maak een presentatie waarin verschillende griezels op de raarste plekken opduiken. 

Hier gaat het over
betekenis

Griezelen

In deze les onderzoeken we griezelbegrippen en sluiten daarmee aan bij kerndoel 34. 
Hier kun je op letten
vorm

Houding

Doel: de leerling kan houdingen vergroten zodat ze duidelijk worden voor de toeschouwer.

Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
  • Het werken met houdingen blijft een aandachtspunt, omdat ze in het dagelijkse communiceren weinig en onbewust voorkomen. Advies is om vooral dat één kind in de repetitiefase ‘uitstapt’ en als kijker coacht waar houdingen wenselijk zijn. Zo langzaam dat bewustzijn te koppelen aan eigen spel waarbij houdingen groot ingezet kunnen worden.  
vorm

Mimiek

Doel: De leerling kan gezichtsuitdrukkingen vergroten zodat ze duidelijk worden voor de toeschouwer.
 
Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
  • Het werken met gezichtsuitdrukkingen blijft een aandachtspunt, omdat ze in het dagelijkse communiceren weinig en onbewust voorkomen. Advies is om vooral dat één kind in de repetitiefase ‘uitstapt’ en als kijker coacht waar gezichtsuitdrukkingen wenselijk zijn. Zo langzaam dat bewustzijn te koppelen aan eigen spel waarbij gezichtsuitdrukkingen groot ingezet kunnen worden tot het punt waarop kinderen in staat zijn dat uit zichzelf te doen. 
vorm

Waar

Doel: de leerling kan non-verbale communicatievaardigheden inzetten om de WAAR aan het publiek duidelijk te kunnen maken. 

De locatie geeft belangrijke informatie om het verhaal te kunnen volgen. Het komt met name aan op non-verbaal spel en aspecten als grootte, temperatuur en sfeer zijn van belang om mee te nemen bij het repeteren. 
Hier ga je het mee maken
werkwijze

Combinatiespel

Doel: de leerling kan met niet voor de hand liggende combinaties een presentatie maken.
 
Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.

Wat je nodig hebt is afhankelijk van de specifieke les. Soms zijn het dobbelstenen, soms drie bakjes om de kaarten uit te trekken. 
Zo kom je op ideeën
onderzoek

Ideeën gooien

Doel: de leerling oefent met op eigen impulsen te reageren zonder zelfcensuur. De leerling oefent om flexibel met eigen en andermans spelideeën om te gaan.
 
Waar moet je op letten? 
  • Benadruk dat realisme niet het doel van de opdracht is, dat het fantasievol mag zijn. 
  • Benadruk dat je soms eigen ideeën moet loslaten omdat andere ideeën op dat moment als geschikter worden beoordeeld door medeleerlingen. 
  • Als je de onderzoeksopdracht doet per werkgroep één pittenzak. Je kan ervoor kiezen om een paar ideeën te laten noteren, dan één pen of potlood en papier per werkgroep.