Groep 5-6Drama

Ik hou van Holland

Maak een presentatie waarin typisch Nederlandse dingen worden gebruikt. 

Hier gaat het over
betekenis

Ik hou van Holland

Met de les kun je aansluiten bij kerndoelen 20A De leerling redeneert over het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat, 25C De leerling verkent de omgeving van de school vanuit geografische, historische, economische en sociale invalshoeken, 26A De leerling analyseert de wereld met geografische bronnen en verkent haar vanuit persoonlijk perspectief, 26B De leerling beschrijft hoe menselijk handelen en de leefomgeving elkaar beïnvloeden, 27A De leerling beschrijft historische ontwikkelingen aan de hand van gebeurtenissen, personen en voorwerpen, 27B De leerling redeneert over historische ontwikkelingen met gebruik van tijdsaanduidingen en bronnen en 27C De leerling legt verbanden tussen historische ontwikkelingen en gebeurtenissen in het heden en verkent betekenissen die mensen geven aan het verleden.
Hier kun je op letten
vorm

Mimiek

De leerling kan gezichtsuitdrukkingen vergroten zodat ze duidelijk worden voor de toeschouwer.
 
Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
  • Het werken met gezichtsuitdrukkingen blijft een aandachtspunt, omdat ze in het dagelijkse communiceren weinig en onbewust voorkomen. Advies is om vooral dat één kind in de repetitiefase ‘uitstapt’ en als kijker coacht waar gezichtsuitdrukkingen wenselijk zijn. Zo langzaam dat bewustzijn te koppelen aan eigen spel waarbij gezichtsuitdrukkingen groot ingezet kunnen worden tot het punt waarop kinderen in staat zijn dat uit zichzelf te doen. 
vorm

Houding

De leerling kan houdingen vergroten zodat ze duidelijk worden voor de toeschouwer.
Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
  • Het werken met houdingen blijft een aandachtspunt, omdat ze in het dagelijkse communiceren weinig en onbewust voorkomen. Advies is om vooral dat één kind in de repetitiefase ‘uitstapt’ en als kijker coacht waar houdingen wenselijk zijn. Zo langzaam dat bewustzijn te koppelen aan eigen spel waarbij houdingen groot ingezet kunnen worden.  
Hier ga je het mee maken
werkwijze

Acteerspel

De leerling kan zich tijdens het acteerspel inleven in zijn rol.
 
Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
  • De nog kinderlijke ontvankelijkheid van de groep 5 leerlingen helpt ze bij het praten tijdens het uitvoeren van acteerspel. Dat kan leerlingen tot onverwachte prestaties brengen. In groep 6 zie je dat bij een aantal leerlingen de pre-pubertijd inzet waardoor ze dat praten spannender vinden. Geef ze derhalve goed te tijd om te oefenen in de warming up fase en repetitiefase en stel ze gerust. 
Bij acteren kun je naar eigen inzicht spelmateriaal beschikbaar stellen. Dat kan ook abstract materiaal zijn al na gelang de opdracht. Ook mogen ze zo nodig gebruikmaken van meubels. 
werkwijze

Combinatiespel

De leerling kan met niet voor de hand liggende combinaties een presentatie maken.
 
Toelichting:
  • De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
Wat je nodig hebt is afhankelijk van de specifieke les. Soms zijn het dobbelstenen, soms drie bakjes om de kaarten uit te trekken. 
Zo kom je op ideeën
onderzoek

Prik je actie

De leerling oefent met het leggen van verbanden tussen de opdracht en een willekeurig gekozen actie.

Toelichting: 
  • Benadruk dat alle spelideeën evenveel waard zijn dus dat leerlingen uit moeten kijken voor oordelen als ‘ongeschikt’ of ‘raar’.
Per leerling:
  • pen of potlood 
  • klein papiertje