Groep 7-8Drama
Spot on [KBW 26]
Maak een presentatie waarin een podiumkunst centraal staat.

Hier gaat het over
betekenis
Spot on [KBW 26]
In deze les houden we ons bezig met podiumkunsten, problemen én oplossingen en sluiten zo aan bij kerndoel 1: de school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen, kerndoel 8: de leerlingen doet ervaring op met literatuur , kerndoel 34: uiten van gevoelens, wensen en opvattingen, kerndoel 37: beroepen en sekse, kerndoel 47: leerlingen leren over commercieel en niet commercieel werk.
Hier kun je op letten
vorm
Beweging
De leerling kan variëren in soorten bewegingen, passend bij zijn personage.
Toelichting:
- De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
- Met de groei van het bewustzijn van theatraliteit en stilering zie je dat het aantal spelers dat bewust het lichaam inzet binnen spel zal groeien. Dat valt of staat met jouw rol hierbij in de beschouwingsfase. Dat je rollen kunt verduidelijken/stileren met bewegingsaspecten zouden ze kunnen weten. Een groeiend aantal leerlingen kan dit zelfstandig inzetten binnen eigen spel mits je de focus daarop legt.
vorm
Houding
De leerling kan variëren in houdingen die passend zijn bij zijn personage.
Toelichting:
- De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
- Het werken met houdingen blijft een aandachtspunt, omdat ze in het dagelijkse communiceren weinig en onbewust voorkomen. Advies is om vooral dat één kind in de repetitiefase ‘uitstapt’ en als kijker coacht waar houdingen wenselijk zijn. Zo langzaam dat bewustzijn te koppelen aan eigen spel waarbij houdingen groot ingezet kunnen worden tot het punt waarop kinderen in staat zijn dat uit zichzelf te doen.
vorm
Stem
De leerling weet dat je met je stem kunt uitdrukken wat je personage voelt en meemaakt. De leerling zet accent, tempo, stemkleur en volume in om de belangrijkste emoties van het spel te ondersteunen. De leerling kent het verschil tussen 'een stemmetje trekken' en de eigen stem manipuleren en kan daarmee experimenteren.
Toelichting:
- De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
- Accenten, tempo, stemkleur, stemvolume, niets is deze leeftijdsgroep te gek. Ook komen nu de leerlingen bovendrijven die hier moeite mee hebben. Dit komt omdat stem erg persoonlijk is: je kunt je ware emoties er doorheen horen. Maak de groep attent op de zorg die ze hebben voor elkaar en elkaar i.p.v. te bekritiseren elkaar te helpen. Accepteer ook dat sommige leerlingen hierin niet durven te groeien wat ook o.k. is. Aandachtspunt is dat het trekken van extreme stemmetjes slecht is voor de stembanden, afleidt en het spel absoluut niet ondersteunt. Hanteer daarbij dat ‘als het erg opvalt de stem te groot wordt ingezet’.
Hier ga je het mee maken
werkwijze
Combinatiespel
De leerling kan met ver uiteenlopende combinaties een verrassende presentatie maken.
Toelichting:
- De doelen zijn geen meetlat. Lees ze om een beeld te krijgen waartoe je leerlingen in staat zouden kunnen zijn. Voldoen leerlingen niet aan dit doel wordt geadviseerd te differentiëren, dus randvoorwaarden te creëren waarbinnen het betreffende kind toch vooruitkomt in dat doelgebied.
- De absurdistische kant van combinatiespel slaat bij een deel van de leerlingen in de bovenbouw goed aan. Je ziet hier een gevorderde ontwikkeling van hun humor en eigenheid. Anderen willen liever een kloppend passend verhaal maken. Coaching zit dan op creativiteit en fantasie.
Wat je nodig hebt is afhankelijk van de specifieke les. Soms zijn het dobbelstenen, soms drie bakjes om de kaarten uit te trekken.
Zo kom je op ideeën
onderzoek
Prik je actie
De leerling oefent met het leggen van verbanden tussen de opdracht en een willekeurig gekozen actie.
Toelichting:
Toelichting:
- Benadruk dat alle spelideeën evenveel waard zijn dus dat leerlingen uit moeten kijken voor oordelen als ‘ongeschikt’ of ‘raar’.
Per leerling:
- pen of potlood
- klein papiertje






